Onderzoeken

Er kan door uw arts een aantal aanvullende onderzoeken worden aangevraagd om de precieze aard van het zenuwletsel in kaart te brengen.

MRI-scan
Een MRI-scan (magneet-scan) kan om een aantal redenen worden gemaakt, namelijk:
  • het beoordelen of zenuwwortels uit het ruggenmerg zijn gescheurd
  • zenuwbeknelling ter plaatse van de wervelkolom
  • het aantonen of vervolgen van een zenuwtumor
  • het afbeelden van het schoudergewricht en de spieren rondom de schouder

Voor een magneet-scan is het belangrijk dat de patiënt niet beweegt tijdens het onderzoek. Kinderen krijgen daarom een roesje of eventueel narcose. Dit betekent dat bij baby's / kinderen meestal een dagopname gepland wordt voor het onderzoek. Lees hier meer over MRI-scans.

CT-myelografie
Bij het onderzoek wordt de ruimte in het wervelkanaal, waarin de zenuwwortels en het ruggenmerg zich bevinden, met behulp van een contrastmiddel afgebeeld. Dit contrastmiddel wordt via een lumbaalpunctie, ook wel ruggenprik genoemd, in het wervelkanaal gebracht. Het contrastmiddel vermengt zich met het normaal aanwezige ruggenmergsvocht rondom de zenuwwortels en het ruggenmerg. 

Hierna wordt het onderzoek uitgevoerd op een CT-scan. Hiermee worden dunne dwarsdoorsnede opnamen van het menselijk lichaam gemaakt. U wordt hiervoor in een korte tunnel geplaatst. Er worden opnamen gemaakt, waarbij de röntgenbuis, die de röntgenstralen produceert, om u heen draait. De röntgenstralen worden aan de andere kant van het lichaam gemeten, waarna de computer met behulp van al deze meetgegevens röntgenbeelden reconstrueert.

Het CT-onderzoek is soms nodig om te beoordelen er zenuwwortels uit het ruggenmerg zijn gescheurd, als de MRI niet voldoende zekerheid biedt. Het nadeel van het onderzoek is dat er een ruggenprik moet worden gegeven, en dat er röntgenstraling wordt gebruikt. Bij baby’s / kinderen wordt een korte narcose gegeven om te zorgen dat er geen beweging optreedt. Lees hier meer over CT-onderzoek.
 
Echo-diafragma 
Bij een echografie worden afbeeldingen gemaakt met behulp van geluidsgolven. Deze geluidsgolven zijn pijnloos en hebben een hogere frequentie dan het menselijke oor kan horen.
 
Voor het onderzoek wordt uw kind op een onderzoekstafel gelegd. De onderzoeker beweegt met een klein apparaatje dat geluidsgolven uitzendt over de huid. Om een beter "contact" met de huid te maken, wordt een kleine hoeveelheid gel op uw huid aangebracht. De door uw organen teruggekaatste geluidsgolven worden opgevangen en door het echoapparaat omgezet in bewegende beelden. In dit specifieke geval wordt gekeken hoe het middenrif (diafragma) beweegt. Lees hier meer over echografie.
 
Elektromyografie (EMG)
De spieren worden aangeprikt met een naald, waarna wordt beoordeeld wat er gebeurt in rust en bij licht aanspannen van de spier. Meestal wordt het EMG voorafgaand aan een polikliniekbezoek verricht en krijgt u de uitslag mee naar het spreekuur. Soms wordt het naaldonderzoek gecombineerd met zenuwgeleidingsonderzoek, waarbij elektrische schokken worden gegeven om de geleiding van de zenuwen te testen. Lees meer over het EMG onderzoek.