Ga naar:
 

Zenuwletsel

Hieronder vindt u algemene informatie over zenuwletsels. Links kunt u meer informatie vinden over specifiekere ziektebeelden.
 
Wat is een zenuw?
Een zenuw vormt de verbinding tussen de hersenen en het ruggenmerg aan de ene kant en het eindorgaan (zoals een spier of de tastlichaampje in de huid) aan de andere kant. Een zenuw kan worden vergeleken met een elektriciteitskabel. Beide geleiden 'stroomsignalen', en hiermee wordt bijvoorbeeld een spier aangestuurd. De zenuw bestaat uit duizenden zeer dunne zenuwvezels (axonen) die ieder een eigen isolatiemantel hebben zodat er geen kortsluiting kan optreden.
 

Een zenuwvezel bestaat uit:
  1. zenuwcel in het ruggenmerg
  2. isolatiemantel
  3. de zenuwvezel zelf ('axon')
  4. zenuwuiteinde bij de spier
Wat voor soorten zenuwletsels bestaan er?
Een zenuwletsel kan op verschillende manieren ontstaan:
  1. mechanisch scherp letsel, bijvoorbeeld glasverwonding, of druk, bijvoorbeeld ten gevolgen van ernstige beknelling overrekking, zoals bij een verkeersongeval of bevalling 
  2. andere oorzaken: bijvoorbeeld ontsteking of bestraling
Wat is een tractieletsel van een zenuw?
Tractie betekent trekken. De ernst van een tractieletsel is afhankelijk van de hoeveelheid en richting van de trekkracht die op de zenuw wordt uitgeoefend. Vier typen zenuwletsel worden onderscheiden van mild (type 1 en 2) naar ernstig (type 3 en 4):
 
Ernst typeringen
  1. De zenuw is niet kapot maar kan tijdelijk geen elektrische signalen doorgeven, maar herstelt binnen enkele dagen tot weken. De medische term hiervoor is neurapraxie.
  2. De zenuwvezels (axonen) gaan kapot, maar de isolatie-mantel blijft intact (axonotmesis). Als dit gebeurt zullen de zenuwvezels gaan uitgroeien, waarbij de isolatiemantel de groei in de goede richting geleidt. Doordat het deel van de zenuwvezel voorbij het letsel geen voeding meer krijgt vanuit het cellichaam zal het afsterven. De zenuwvezel moet dus helemaal tot de spier uitgroeien. Dit gebeurt met een snelheid van ongeveer 1 millimeter per dag. Herstel van de armfunctie kan dus enkele maanden duren, maar (bijna) volledig herstel zal spontaan (dus zonder operatie) optreden.
De axonen gaan kapot, maar de isolatiemantel blijft intact.
 
Het deel van de zenuwvezel voorbij het letsel verdwijnt.
 
De zenuwvezel groeit uit om uiteindelijk weer contact te maken met de spier.
 
 
    3.   Zowel de zenuwvezels als de isolatiemantel worden beschadigd (neurotmesis). De 
          zenuwvezels gaan opnieuw groeien, maar doordat de isolatie ontbreekt, ontstaat er een
          kluwen van zenuwvezels (zenuwlittekenweefsel of neuroom). De zenuwvezels bereiken de
          spier niet, en bij dit type letsel treedt geen spontaan herstel op.
   
 
Zowel de zenuwvezels als de isolatiemantel scheuren.
 
De zenuwvezel groeit niet goed uit.
 
Er ontstaat zenuwlittekenweefsel. Het contact met de spier wordt niet hersteld.
 
 
    4.   Er ontstaat zenuwlittekenweefsel. Het contact met de spier wordt niet hersteld.
 
De zenuwvezel wordt uit het ruggenmerg getrokken.
 
Spontaan herstel treedt niet op.