Ergotherapie

De ergotherapeut is meestal pas in een chronisch stadium betrokken bij een kind met een plexusletsel. In de herstelfase (al dan niet na een operatie), is de ergotherapeut specifiek betrokken bij de kinderen waarbij de pols- en/of handfunctie verminderd is.
 
In deze fase kan de ergotherapeut:
  • Advies geven over het gebruik van pols- of hand- of duimspalken.
  • Adviseren over eventuele peestransposities, om de pols of handfunctie te verbeteren met een operatie.
Daarnaast geeft de ergotherapeut adviezen op het gebied van praktische vaardigheden, als een kind door het plexusletsel belemmert wordt in het uitvoeren van deze vaardigheden.
 
Denk hierbij aan:
  • eten en drinken, m.n. het hanteren en naar de mond brengen van beker, bestek
  • spel
  • aan-uitkleden
  • schrijven en uitgangshouding bij schrijven
  • computergebruik
  • belasting/belastbaarheid
Als het oefenen van een vaardigheid op de gangbare manier niet tot het gewenste resultaat leidt, kan de ergotherapeut advies geven hoe iets op een alternatieve manier gedaan kan worden. Als het ook op een andere manier niet lukt, dan kan de ergotherapeut bekijken of er een hulpmiddel nodig is om een handeling uit te kunnen voeren.
 
Bij eenvoudige te beantwoorden vragen zal de ergotherapeut van het zenuwcentrum tips en adviezen geven. Wanneer de problemen meer complex zijn, zal er in overleg met de revalidatiearts een verwijzing naar een ergotherapeut in de buurt plaatsvinden. Hier vindt u de contactpagina van het zenuwcentrum.